Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet……!

Januari 2012
Yvonne

Stel ik neem jou en jouw wereld als uitgangspunt.

Een aanname:
Jij vindt de wereld groot, misschien wel heel groot!
Stel dat jij jezelf zou willen bezien in relatie tot de wereld.
Als in jouw optiek de wereld heel groot is, dan impliceert dat, dat jij  klein of in ieder geval kleiner bent. Dat is dan jouw werkelijkheid!

Stel nu dat ik zou beweren dat dit een verkeerde aanname is!
Het is namelijk maar vanuit welk perspectief je ernaar kijkt.

Jij neemt de wereld waar, vanuit jouw plek in deze wereld.
Waar je ook naar kijkt, jouw ogen geven precies weer wat jij ziet. Dat kunnen de sterren zijn in de wolkeloze hemel  boven op een berg in een donkere nacht of een hommel die je bestudeert, zoemend en nectar verzamelend, vliegend van bloem naar bloem in je achtertuin. Jij bent net zo groot als de wereld, want je neemt de wereld waar precies zoals hij door jou op dat moment waargenomen kan worden. De wereld is dan in principe in jou en jij in de wereld. Jij en de wereld zijn dan gelijk!

Een volgende vraag die ik je zou willen stellen:
Als de wereld is wat jij waarneemt, is dat dan ook de werkelijkheid?
Je zou kunnen stellen dat juist, omdat jij het ziet, het ook werkelijk is zoals je het ziet, want jij neemt het waar! Wat jij ziet, ervaart en waarneemt is dan de werkelijkheid!

Zou je kunnen stellen dat hetgeen jij op dat moment niet waarneemt er op dat moment ook niet is!?

Laten we bij jou als uitgangspunt blijven.
Dat wat jij waarneemt om je heen is jouw wereld. Sterker nog, met jouw waarneming creëer jij voor een deel jouw wereld. Jij kunt alleen maar waarnemen en ervaren wat jij ziet.
Dat maakt jou tot creator van je eigen wereld.
Jij als creator? Volg je me nog?

Ik wil de bovenstaande stellingen graag uitleggen aan de hand van een voorbeeld:

Ik was onlangs op weg met een cliënt voor een wandelsessie door het Jekerdal. Een mooi glooiend stukje Limburg, met hier en daar een groepje huizen en de meanderende Jeker die er als een glinsterend lint doorheen stroomde. Het thema waarover we spraken was zijn conflict op het werk met zijn collega´s. Hij voelde zich niet gehoord en gezien in zijn zienswijze. Vele discussies hadden er al plaatsgevonden en ieders argumenten waren al vele malen tegen elkaar  uitgesproken. Toch kwam mijn cliënt niet van het gevoel af dat er niet naar hem geluisterd werd. Dat maakte hem boos en verdrietig tegelijkertijd.

Terwijl we dat bespraken wandelden we langs een van de vele maïsvelden die op dat moment hun hoogste status hadden bereikt. De kolven zagen er, in mijn optiek, verdort en verlept uit. Ik heb namelijk niks met maïsvelden. Ze zijn te groot en ontnemen mij mijn uitzicht. Je loopt letterlijk langs een grote hoge groene muur. Van mij mogen ze deze reuzen uit het landschappelijke assortiment weghalen. Terwijl ik dit waarnam en tegelijkertijd luisterde naar de argumenten van mijn cliënt, besloot ik dit maïsveld te gebruiken om mijn cliënt te helpen inzicht te krijgen in dit conflict.

Mijn perceptie van het maïsveld was negatief. Ik vroeg mij af wat zijn perceptie zou zijn. Dus ik hield hem staande en vroeg hem op de man af zonder enige uitleg, wat hij van dit maïsveld vond. Hij keek mij in eerste instantie niet begrijpend aan. Toen hij zag dat het een serieuze vraag was, wilde hij er ook wel serieus antwoord op geven. Hij keek ernaar en er verscheen een glimlach op zijn gezicht. “Als ik naar dit maïsveld kijk, moet ik meteen denken aan vroeger, aan mijn  moeder. Die nam ons (4 kinderen in de leeftijd 4 tot 10 jaar) op onze fietsjes mee naar de maïsvelden om kolven te plukken. Daarna gingen we ze thuis schoonmaken en roosterde moeder ze. We zaten met zijn allen aan tafel en knabbelden we gele korreltjes er allemaal vanaf. Elk jaar deden we dat. Dat moet rond deze tijd zijn geweest, want kijk je kunt zien dat ze nu helemaal rijp zijn!”

Zoals hij het vertelde kon ik het tafereeltje zo voor mijn geestesoog afspelen.
“Goh, wat een mooi verhaal! Zo heb ik er nog nooit naar gekeken. Ik heb een heel ander gevoel bij dit maïsveld. Voor mij is het net een ondoordringbare groene muur die mijn hele uitzicht verpest. Eigenlijk is het hier heel mooi met allemaal vergezichten maar door deze kameraden is er niks te zien. Dat ergert me!”
Toen staarde hij op zijn beurt naar het maïsveld en zei: “Gek, zo heb ik er nog nooit naar gekeken.”

Twee mensen, die heel andere dingen waarnemen bij hetzelfde landschap.
We liepen langzaam verder en op dat moment bracht ik zijn dilemma weer ter sprake. Terwijl wij het bespraken viel het kwartje. Hij dacht niet gezien en gehoord te worden, maar begreep nu dat hij nog nooit gecheckt had hoe zijn collega´s ernaar keken. Hij deed altijd zijn uiterste best om hen te overtuigen van zijn visie, zijn point of view. Nu realiseerde hij zich dat zij waarschijnlijk ook een visie hadden en hem probeerden te overtuigen van hun point of view!

Hij vroeg zichzelf ter plekke af of zijn collega´s zich misschien ook niet gezien en gehoord voelden door hem.

Jouw wereld is zoals jij hem ziet en inkleurt.
Houd jij er voldoende rekening mee, als je in een gesprek of conflict zit, dat de ander misschien wel vanuit een heel ander perspectief naar diezelfde situatie kijkt?
Het loont de moeite om te checken waar de ander ergens zit en hoe hij of zij het waarneemt en ervaart vanuit zijn of haar perspectief.

Groetjes Yvonne

This entry was posted in Blogs. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>